het draait om Jacbo

projectuitvoering

Na opdrachtverstrekking neemt Jacbo de werkzaamheden op in haar planning. Vervolgens zal er door de projectleiding van Jacbo een afspraak worden gemaakt met haar opdrachtgever om samen op locatie de beste manier tot uitvoering te bekijken.

Belangrijk voor een voorspoedige uitvoering is een stabiele, droge en harde bouwput zonder sleuven. Direct werken op slappe grondlagen (klei, leem, veen etc.) is niet mogelijk en zelfs gevaarlijk.

Een laag aangetrild zand van 0,5 m1 dikte (bij veen minimaal 1,0 m1) en in vochtige bouwputomstandigheden voorzien van drainage met pomp of complete bemaling biedt in de regel voldoende stabiliteit. De grondwaterstand dient zich minimaal op 0,5 m1 minus werkniveau te bevinden!
De bouwput dient te allen tijde vlak, voldoende draagkrachtig en droog te zijn. Indien niet aan deze eisen wordt voldaan, zullen er problemen met de maatvoering ontstaan (wegdrukken van piketten), zullen er paalmisstanden optreden (vers geformeerde palen worden verplaatst) en kan men paalkopvergrotingen (zgn. paddestoelkoppen) verwachten. Als er op schotten op een niet draagkrachtige (veenachtige) ondergrond gewerkt zou worden, levert dit ook een probleem op voor de veiligheid van mens en machine. Het inboorproces zal de boor de boorstelling neerwaarts belasten (in tegenstelling tot bijvoorbeeld heipalen, waar het krachtenspel andersom ligt). Dit betekent dat de boorstelling zich dient af te stempelen om deze neerwaartse beweging tegen te gaan. Indien de boorstelling op schotten staat, zal er afgestempeld worden op de schotten; een zinloze actie als de schotten op een niet draagkrachtige ondergrond liggen. De schotten zullen dan worden weggedrukt en de kans is groot dat de boorstelling dan gaat schuiven, kantelen en, in het ergste geval, omvallen, met alle kwalijke gevolgen van dien.

De (financiële) problemen die ontstaan als gevolg van een slechte voorbereiding zijn altijd ongewenst. Wij hebben helaas een aantal vervelende ervaringen opgedaan door een slechte conditie van de bouwlocatie of door het onvoldoende in kaart brengen en in de bouwput markeren van leidingen, kabels, rioleringen, kelders en andere obstakels (keien, bouwresten, etc.). Ongelukken zoals hiernaast afgebeeld, moeten voorkomen worden. Dit ongeluk ontstond doordat een kelderruimte niet gemeld was. Een kolos van 40 tot 80 ton kan veel gevaar opleveren voor mensen en bebouwing. In dit geval bleef de directe schade gelukkig beperkt en waren er geen persoonlijke ongelukken te betreuren. De schade aan de machine en de schade vanwege stagnatie was echter aanzienlijk. Helaas komt het ook nog wel eens voor dat er een gas-, elektra- of andersoortige leiding kapot wordt geboord. Ook hierdoor kunnen ernstige ongelukken gebeuren; vrijwel altijd is er sprake van aanzienlijke financiële schade, die bijna altijd te voorkomen had kunnen worden door een goede voorbereiding en door overleg. Breng kabels, leidingen, putten en kelders vooraf dus goed in kaart en markeer ze goed zichtbaar in de bouwput. Graag bespreken wij dit soort zaken met u.

In de bouwput moet het materieel van Jacbo onbelemmerd kunnen manoeuvreren. Daarnaast is het belangrijk dat Jacbo op een veilige manier de bouwput in kan komen, via een stevige en voldoende brede afrit. Ook hierbij kan het hoge gewicht van het materieel in combinatie met een te smalle of te steile afrit voor ongelukken en stagnatie zorgen. De foto hiernaast laat zien hoe een goede afrit er uit kan zien. Maak een afrit met een hellinghoek kleiner dan 5 op 1 en een rijbreedte van minimaal 500 cm.

boren

In principe wordt de volgende werkwijze gehanteerd. Nadat de boorstelling stabiel is opgesteld, wordt vanaf het werkterrein de avegaar geleidelijk in de grond geschroefd, totdat het gewenste paalpuntniveau is bereikt. Hierna wordt d.m.v. een hogedruk-betonpomp via een betonslang de holle as van de avegaar met een overdruk volgepompt. Bij avegaarpalen is voor de schachtopbouw een gecontroleerde betondruk tijdens het liften van de avegaar belangrijk. Deze betondruk wordt vastgelegd. Bij de avegaarpunt kan de beton er uitstromen en door de hierdoor ontstane opwaartse druk kan de stilstaande avegaar geleidelijk worden getrokken. De overdruk wordt door meetinstrumenten gecontroleerd gehouden zodat geen "insnoeringen" in de paal kunnen ontstaan. Bij het vullen van het bovenste gedeelte wordt de overdruk geleidelijk teruggebracht. Nadat het boorgat tot het maaiveldnivo met beton is gevuld, wordt de avegaar verplaatst, de ontstane schuimkop verwijderd en de paalkop op hoogte afgewerkt. Hierna wordt de voorgeschreven wapening ingetrild. Door het trillen wordt de paalkop extra verdicht. Bij type JACBO-B wordt via de bovenkant van de holle booras, de wapening voor het vullen ingebracht. Hierdoor kan de paal over de gehele lengte van wapening worden voorzien.